|
Er komt een mailtje binnen of ik mee wil doen aan Utrecht-Freyr, de wielerklassieker naar de oefenrotsen in Belgie. Een mooie tocht, maar ik ben geen wielrenner, dus een orgineler voertuig moet toch te vinden zijn. Ik begin dan ook maar het internet af te struinen naar rare fietsen. Uiteindelijk vind ik een mooi plaatje, wat haalbaar lijkt. Ik mail het plaatje door naar m'n oudhuisgenoot Rob, die meteen toehapt. Echter kan hij niet meedoen, hij moet werken, maar hij wil hem wel met mij bouwen. Dus besluit ik met een oude UF veteraan de race aan te gaan, op een wel heel mooi apperaat.
Zo zitten we een week voor aanvang in de auto richting de flevopolder. Daar is een loods die we kunnen gebruiken. We laden een oude racefiets en een stations barrel uit, en na een biertje kruipen we de loods in. Rob begint met het oefenen van lasnaadjes, ik demonteer de fietsen. De aanwezige terreinwachten genieten van het schouwspel en zijn kritisch op onze voorbereiding en plan. Het plaatje is ons uitgangspunt, maar verder hebben we geen afgebakend idee.
Na heel wat lassen, schuren, zagen en hameren blijkt het al diep in de nacht te zijn, dus gaan we maar naar bed. Ergens in de ochtend worden we weer wakker, en werken nog twaalf lange uren aan de fiets. Aan het eind van de dag kunnen we samen nog een ritje maken, en rob verzint een naam: de duo-sapide.
In de week aanstormend op de grote dag blijft Maarten klussen aan de fiets: er moet een nieuw ketting, bel en lak op. Ook vind hij uit dat er een foutje in het ontwerp zit, dus op vrijdagavond slijpen we de laatste dingen nog van de fiets en staan de volgende ochtend vroeg op voor de start.
Bij aankomst zijn alle deelnemers erg onder de indruk, doordat het gelaste barrel een likje verf heeft gekregen, ziet deze er imponerend uit. Met een beetje grote praat weten we zelfs wat deelnemers er van de overtuigen dat we met dit metalen bakbeest kunnen winnen.
Dan word het startsein gegeven, en laten we de groep voor ons uitrijden. We snijden een kleinstukje af, doordat we niet goed kunnen keren onder de Dom, en komen zelfs voor het peleton te rijden, maar dit duurt niet heel lang. We halen een tempo van 15 km/h max. Dus als ze ons uiteindlijk in kunnen halen, zijn ze ons al voorbij voordat we Utrecht uit zijn.
Nu begint de eenzaamheid, althans we zijn nu aangeschreven op onszelf. Rustig en beheerst trappen we met een been, om de beurt. De start was om half zeven, dus we maken de vroegte goed mee. Doordat we niet veel op de duosapide hebben gereden, krijgen we na een paar kilometer wat onconfortabele gevoelens, en stappen we af om de zadels wat beter af te stellen.
We stappen weer op en rijden tot zaltbommel, bij het opstappen aldaar horen we een harde knak. Een tandwiel aan de voorkant is verbogen. Gelukkig heeft Maarten een hele rugzak vol met gereedschap, een paar halen grof geweld breekt het tandwiel af, en we gaan verder met een. Dezon begint steeds harder te schijnen en we rijden rustig naar Den Bosch.
De rest van de wereld begint ook wakker te worden, en de reacties van ons toezien blijft geniaal. Vooral kinderen achter in de auto kijken hun ogen uit. Mensen hebben geen idee wat ze zien, gelukkig hebben we een mooie bel om ze uit hun extase te halen. Het aanzien van ons voertuig is ook heel speciaal. We zitten naast elkaar, zitten in de lucht, met aan de buitenkant een hangend been.
Maar de zadelpijn blijft aanhouden, we komen bij Neerijnen, en vinden gelukkig een fietsenmaker, alleen heeft hij maar een goedkoop dameszadel, we halen hem om, om even in de prullenbak te kijken. Waardoor we beiden beter kunnen zitten. De nieuwe zadels worden opgeschroefd en de heren Altena gaan weer verder.
Na heel wat kilometers begint de pijn bij Maarten op te zetten in zijn zachtere delen. Het op en afstappen zijn een kriem, maar er moet gewisseld worden. Een kant zet al het gewicht, terwijl het andere been rustig in slaap valt. Mee pedelen in de lucht helpt soms, maar dat voelt heel raar. Ook het vooroverbuigen op de fiets bevalt me niet, ik steun te veel af op een arm, waardoor ik ook daar kramp krijgt. Dit los ik dan maar op door zonder handen te fietsen, het eerste voordeel wat na lange tijd word gevonden op deze fiets.
De zon blijft goed schijnen, en als we dan net kracht zetten om een viaduct op te klimmen klinkt er een enorme knal! De band band is kapot gesprongen, gelukkig is de buitenband nog heel. De wielen zijn namelijk van een uiterst zeldzame maat. Maarten vervangt de band. Daarna laten we de achterkant wat leeglopen, want we hebben geen reserve banden meer.
Na een hele lange tijd komen we dan eindelijk aan bij de eerste stop, Eersel. Een plaatsje vlak voor de grens met Belgie, we hebben van 135 kilometer gereden. Het is nu tegen 5 uur, dus ik ga opzoek naar fietslampjes, terwijl Maarten het water bijvult. We hadden niet verwacht dat we zo langzaam zouden gaan, maar eigenlijk hadden we beide geen verwachting.
Terug op de fiets behalen we Belgie, vanaf hier rijden aan de kant van regionale wegen, waar auto's als malote voorbijrijden. Gelukkig laten peppie en kokkie zich niet gek maken en trappelen we rustig door. Rond 10 uur krijgen we een telefoontje dat de wedstrijd voor bijna iedereen is uitgereden. Wij zijn dan nog maar 15 kilometer verwijderd van de 2de post.
Alleen Jeroen Wiemer is nog kwijt, we beloven goed te kijken in de bermen die we paseren. En dat is goed te doen, want met een effectieve snelheid van 12 km/h is alles goed te zien. Om elf uur zijn we in St. Gertruiden en nemen we een vette hap bij de kiosk.
We moeten nu nog 80 kilometer fietsen, het begint rustig te heuvelen. En onze snelheid begint te zakken, het kost veel pijn en moeite, het is al goed donker en ook de uren beginnen te tellen. De wegen waar we nu oprijden zijn onverlicht en auto's rijden met groot licht als maniakken langs ons heen. Mijn richtingsgevoel is weg en we zijn beide goed verslagen, maar het trapen gaat door.
We hebben een stereosetje mee, waar goede Slagsmålsklubben de moet erin probeerd te houden. We wisselen steeds meer, alleen heeft Maarten de voorkeur aan de rechterkant, zijn rechte been heeft namelijk wat trekjes. Maar ook ik begin dingen te voelen, mijn knieschijven hebben het moeilijk. 150 kilo op een been, met een snelheid van bijna stilstand, maakt de hellingen zwaar. En om half 4 gooi ik de handdoek in de ring, ik voel mijn knieschijven loskomen, en heb dat er niet voor over.
We bellen de organisatie en die is zo lief om ons op te komen halen. We zetten de fiets langs de weg en ik kruip in mijn trui, terwijl maarten op de stoep, op wat rugzakken gaar liggen. Na een uurtje is Fleur bij ons en krijgen we een lift naar Freyr. Het is een verademing om niet al die heuvels te hebben gereden. Als het 7 uur is klap ik mn matje uit en val in een diepe slaap. Al bij al een mooie Utrecht-Freyr, en Rob en ik hebben nu een mooie kroegfiets!
|
Volgend jaar zo'n fiets met niet symmetrisch wielen? Of zo'n karretje waarmee je ook op de trein rails kan en vooruit komt door heen en weer te bewegen? Of gewoon een kruiwagen?
Hulde aan de Altena's (inmiddels een begrip...)